Een archeologische begeleiding bij de Nederlands Hervormde Kerk te Almkerk
In opdracht van het College van Rentmeesters van de Nederlands
Hervormde gemeente te Almkerk heeft  BAAC een archeologische begeleiding in de vorm van het documenteren van al vrijgelegde muurresten uitgevoerd op het terrein van de Nederlands Hervormde kerk, gelegen in het historische centrum van het dorp Almkerk (provincie Noord-Brabant). Ten tijde van het onderzoek werd het terrein heringericht/geëgaliseerd. Het doel van het onderzoek was het documenteren van het muurwerk, zonder verder graafwerk te verrichten.

Fase 1: 11de t/m 13de eeuw
De oudste overblijfselen van bebouwing op de
onderzoekslocatie zijn, voor zover tijdens het beperkte onderzoek kon worden vastgesteld, de vermoedelijke restanten van de noordwesthoek van een tufstenen kerk. De datering van deze fase is onbekend en is gebaseerd op het bouwmateriaal en de opvolgende fase die in de 13de eeuw wordt gedateerd.

Fase 2: 13de eeuw
In deze periode werd een opvolgende kerk aangelegd met
mogelijk een zijbeuk aan de zuidzijde. Aan de westzijde werd tegelijk of iets later een tufstenen toren gebouwd, die (gedeeltelijk) tot aan de verwoesting in 1945 bleef bestaan. Aan de noordwestzijde werd tegen de muren van de kerk een aanbouw geplaatst; mogelijk kan aan een functie als een (doop)kapel of sacristie worden gedacht.

Fase 3: 14de eeuw
Het muurwerk met 14de eeuwse steenformaten omvat een
deel van de voorgevel en funderingen voor zuilen, een bakstenen vloer en een fundering met onbekende functie, mogelijk voor een beeld of zij-altaar. De funderingen geven aan dat de kerk was voorzien van twee zijbeuken. Of deze fase terecht in het muurwerk is herkend, is twijfelachtig; het is ook mogelijk dat al het muurwerk met 14de eeuwse steenformaten in een latere periode uit hergebruikt materiaal is opgetrokken. Als dit laatste het geval is, is het waarschijnlijk dat (een deel van) de kerk uit fase 2 tot aan fase 4 in gebruik bleef. Waarschijnlijk werd in de 15de eeuw een koor en transept aan de kerk toegevoegd; dit deel van de kerk valt echter buiten het onderzoeksgebied.

Fase 4: 16de tot 18de eeuw
Tegen het vermoedelijk al bestaande koor en
transept werd in deze periode een schip met twee zijbeuken geplaatst. Hiervan zijn met name de achthoekige basementen van de zuilen aangetroffen die het middenschip van de zijbeuken scheidden. In 1740 blijkt het schip te zijn verdwenen (vermoedelijk is het ingestort). De toren en het koor en transept
bleven tot 1945 bestaan.

Alle tijdens het onderzoek gedocumenteerde muurresten maakten, op verschillende momenten, deel uit van de kerk van Almkerk. Over de vroegste ontwikkeling van de nederzetting en de plaats van de kerk daarin is weinig bekend; beide zijn vermoedelijk ontstaan bij de burcht van de heren van Altena die 250 m ten noordoosten van de kerk gelegen was. Deze burcht wordt voor het eerst in 1230 genoemd, maar tijdens onderzoek is vastgesteld dat op de burcht een tufstenen gebouw heeft gestaan, dat vóór deze datum gedateerd moet worden, mogelijk in de 12de eeuw.19 De datering van het oudste muurwerk dat tijdens het onderzoek is aangetroffen kan doen vermoeden dat de burcht en de kerk te Almkerk in dezelfde periode zijn ontstaan. Een andere mogelijke datering voor de oudste fase vormt de oudst bekende vermelding van Almkerk in de 13de eeuw.
Opvallend is de oriëntatie van de kerk: deze is niet oost-west, maar ligt schuin ten opzichte van de windrichtingen, met de ‘westgevel’ in het zuidwesten. De kerk is gelegen op de in zuidwest-noordoostelijke richting verlopende oeverwal van de rivier de Alm. Mogelijk vormde deze hoger gelegen oeverwal een geschikte, of zelfs de enige geschikte locatie voor de kerk.