Recent voerde BAAC een bouwhistorische verkenning uit van een op het oog vrij standaard mergelstenenhoeve in Strucht, nabij Valkenburg. De sporen die gevonden zijn tijdens de bouwhistorische verkenning maken duidelijk dat de Struchterhof een veel complexere en oudere geschiedenis heeft dan eerder werd aangenomen.
De hoeve werd in 1967 al aangewezen als rijksmonument en werd door de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg gedateerd in de eerste helft van de 19e eeuw. Onze bouwhistoricus ontdekte tijdens het veldwerk een veel oudere kern en meerdere bouwfases die tenminste tot de 17e eeuw teruggaan.
Het 17e-eeuwse muurwerk is zichtbaar in de stal van het hoofdgebouw en bestaat uit metselwerk met speklagen uit mergelsteen. Aan de vensteropeningen en muurankers in de gevel is af te lezen dat het voorheen een buitengevel betrof. Een hoekdeel van de gevel, volledig opgebouwd uit mergel, behoort vermoedelijk nog tot een nog oudere bouwfase. Opvallend is dat op korte afstand van de 17e-eeuwse gevel in een latere fase een vakwerkwand is geplaatst.
In het woonhuis staat aan de binnenzijde van de oude gevel een 17e-eeuwse schouw. Ook de kelder onder het woonhuis stamt uit de 17e eeuw. Er zijn restanten van een oude achtergevel herkenbaar, die uit zowel mergel als vakwerk is opgetrokken. De huidige mergelgevels zijn in de tweede helft van de 18e eeuw geplaatst. Ook de indeling en een deel van de afwerkingen in het woonhuis dateren nog uit deze periode.
De heerlijkheid Strucht gaat terug naar de 14e eeuw. De hoeve was lange tijd in eigendom van de heren van Strucht. Omdat er in Strucht geen kasteel stond en de Struchterhof de grootste hoeve in het dorp was, is het aannemelijk dat de heren hun gebied vanuit deze hoeve bestuurden. De aangetroffen 17e-eeuwse muurresten, die een voornaam bouwwerk suggereren, ondersteunen de theorie dat het om de voormalige residentie van de heren van Strucht gaat.


