In de sneeuw zijn de archeologen van BAAC aan het begin van 2026 begonnen aan de opgraving aan de Rozenpas in Kilder. De archeologen hebben bijna 1 ha opgegraven. Ondanks de moeilijke weersomstandigheden heeft dit archeologische onderzoek mooie resultaten opgeleverd. De locatie lag in het verleden op een licht verhoogde natuurlijke kop in het landschap. Dit was een ideale plek om op te wonen om bij hoog water droge voeten te houden.
Het onderzoek resulteerde in een grote hoeveelheid sporen en resten van menselijk handen in het verleden. Aan deze sporen hebben de archeologen kunnen zien dat er waarschijnlijk meerdere oude boerderijen en hun bijgebouwen hebben gestaan. Ook hebben ze verschillende waterputten aangetroffen, zoals waterputten van een uitgeholde boomstam. Het vondstmateriaal laat zien dat er ten minste twee bewoningsfasen zijn te onderscheiden, namelijk in de vroege ijzertijd (800 tot 500 v. Chr.) en in de middeleeuwen (1050 tot 1250 n. Chr.).
Archeologen gaan de sporen en het vondstmateriaal onderzoeken op kantoor. Zo hopen ze nog meer te weten te komen over de vroege geschiedenis van Kilder.
