Al sinds het begin van 2024 wordt er door RAAP en BAAC opgegraven in Maaspark Well. Dat leverde vele duizenden archeologische sporen en vondsten op, maar vooral inzicht in het verhaal van de mens in dit gebied. Op 5 oktober was het tijd voor een open dag en konden geïnteresseerden dit verhaal live horen en ervaren.
In samenwerking met Kampergeul hebben we circa 300 bezoekers een aansprekend programma voorgeschoteld. Zij werden met huifkarren door het gebied vervoerd, waar aan delfstoffenwinning, hoogwaterbescherming en gebiedsontwikkeling wordt gewerkt. Aan die ontwikkelingen gaan vele duizenden jaren land- en waterbeheer vooraf en dat werd toegelicht door een team enthousiaste archeologen.
Zij legden uit hoe het onderzoek op innovatieve en vraaggerichte wijze is aangepakt. Hoe het landschap van dit gebied werd geboetseerd door moeder Maas en hoe de mensen zich voortdurend aanpasten aan haar telkens veranderende overstromingsdynamiek. Hoe de prehistorische boeren zich vestigden op de hoge zandkoppen in het gebied en daar erven aanlegden en welke sporen en vondsten daarvan zijn achtergebleven. Hoe de Romeinen het land cultiveerden vanuit systematisch opgezette erven, verbonden door greppelsystemen. En tot slot hoe sporen van landgebruik en infrastructuur vanaf de middeleeuwen zichtbaar zijn tot op de dag van vandaag en een sterke relatie hebben met de huidige dorpen Well en Aijen. Maar beelden zeggen meer dan duizend woorden, dus bekijk vooral de foto’s en de posters die speciaal voor deze open dag van de onderzoeksresultaten gemaakt zijn. Op de beide posters volgt hierna een korte toelichting.

De opgraving is niet op los zand gebaseerd. Daar is al grondig vooronderzoek aan voorafgegaan om grip te krijgen op landschap en archeologie, op de verschijningsvormen daarvan en op de kenniswinst die daarover te behalen valt. Met die voorkennis hebben RAAP en BAAC een plan bedacht voor de opgraving, waarbij op innovatieve wijze onderzoeksmethoden zijn gecombineerd. Het doel daarvan was om niet alleen grip te krijgen op de mensen die het gebied in het verleden bewoonden (het onderzoek naar de nederzettingen, geel gemarkeerd op de poster), maar ook op de wijze waarop het omringende landschap werd gebruikt, zowel direct rond de nederzettingen (de zogenaamde de nederzettingsperiferie, roze op de poster) als daar verder vandaan (het cultuurlandschap, groen op de poster).

De driedeling tussen nederzetting, periferie en cultuurlandschap komt met de daaraan gekoppelde kleuren (geel, roze en groen) ook weer terug op de poster ‘resultaat’. Allereerst vormt het de ondergrond van de afgebeelde kaart, aangezien het de bodem is waarin de archeologische sporen zijn ingegraven. De kleuren komen daarnaast ook terug in de kern van het cirkeldiagram. Dit diagram is vervolgens aangevuld met omringende kleuren, waarbij elke kleur een periode representeert waaruit archeologische sporen zijn aangetroffen: paars voor de steentijd, oranje voor de late prehistorie, rood voor de Romeinse tijd en donkergroen voor de middeleeuwen. De mate waarin de cirkel met een kleur is gevuld, geeft aan van welke activiteiten uit die periode in het onderzoeksgebied archeologische resten zijn aangetroffen. Bijvoorbeeld: uit de Romeinse tijd (rood) zijn sporen van zowel nederzettingen, als de nederzettingsperiferie, als het cultuurlandschap aangetroffen, daarom is de hele cirkel rood ingekleurd. De kleuren komen ook terug op de kaart van het gebied, waarop met gekleurde lijnen is aangeduid wat waar is gevonden. In de inzetten is per periode (weer gemarkeerd met de bijbehorende kleur) een korte toelichting gegeven op de resultaten, geïllustreerd met een sprekend voorbeeld.