Meest gestelde vragen

In de Nationale Onderzoeksagenda Archeologie (NOaA) is een hoofdstuk opgenomen, waarin methoden, technieken, monstername en randvoorwaarden voor dendrochronologisch onderzoek nader worden toegelicht.

1. Is dendrochronologie enkel dateringsonderzoek?


In de praktijk is absoluut daterend onderzoek naar hout de reguliere toepassing van dendrochronologie, maar het vormt zeker niet de enige toepassing. Het jaarringenonderzoek kan zich richten op: de geografische herkomst van het hout (dendroprovenancing), de klimatologische ontwikkeling (dendroklimatologie), de ontwikkelingsgeschiedenis en bouwfase van gebouwd erfgoed, en de relatie tussen mens en landschap, onder andere ontbossing, exploitatie, landschapsontwikkeling.

Jaarringenonderzoek is veelomvattend en van waarde als het gaat om kennisontwikkeling in het kader van brede cultuurhistorische vraagstellingen. Met een integrale aanpak en synthetiserend onderzoek in samenwerking met andere disciplines (bouwhistorie, archeologie, biologie, aardwetenschappen etc.) floreert dendrochronologisch onderzoek.


2. Welk hout is geschikt voor dendrochronologisch onderzoek


Hout is geschikt voor dendrochronologisch onderzoek wanneer het aan een aantal eisen voldoet. Ten eerste, de houtsoort. In Noordwest-Europa is met name eikenhout uitermate geschikt voor dendrochronologisch onderzoek. Daarnaast zijn er ook referentiekalenders ontwikkeld voor beuk, es, iep en naaldhout (fijnspar, grove den en zilverspar). Ongeschikte houtsoorten betreffen els, esdoorn, wilg, linde, populier. Ten tweede, het houtmonster bevat voldoende jaarringen (≥ 60). Ten derde dient het hout vrij te zijn van knoesten en vergroeiingen die het jaarringenpatroon beïnvloeden en het absoluut daterend onderzoek bemoeilijken of verhinderen.

Het type datering wordt bepaald door de aan- of afwezigheid van de buitenste jaarring, die onder de bast is gevormd.


3. Welke datering kan ik met dendrochronologische onderzoek verkrijgen?


De datering van een jaarringenpatroon is absoluut. Elke jaarring in het hout is met hoge zekerheid aan een kalenderjaar toe te schrijven. Voor de datering van een vindplaats, spoor of historisch bouwwerk is het vaststellen van het kapjaar (sterfjaar) belangrijk.

Exact kapjaar
Heeft het houtmonster een wankant met of zonder bast dan kan een kapjaar van de boom bepaald worden ongeacht de soort (eik, es, beuk, iep, den of zilverspar). Een wankant is het buitenste vlak van de laatste gevormde jaarring direct onder de bast. Als de laatst gevormde jaarring van de boom (wankant) vastgesteld kan worden, is het sterfjaar of kapjaar te bepalen. Afhankelijk van de verwerkingstijd van het hout, is het bouwwerk of het archeologisch spoor op het jaar exact te dateren.

Kapjaar bij benadering
Voor eikenhout kan een schatting van het kapjaar gemaakt worden, wanneer het monster spinthoutringen heeft, maar geen bast of wankant. Spinthout is het levende hout en voorziet een boom in het transport van voedingsstoffen. Voor eikenhout is het totale aantal spintringen bij benadering te calculeren. Andere houtsoorten hebben geen spinthout of een zeer variabel aantal spintringen en zijn ongeschikt voor een schatting.

Post-quem datering
Is spinthout afwezig bij eik en de bast of wankant bij de andere houtsoorten, dan kan alleen een post-quem datering vastgesteld worden, met andere woorden een vroegst mogelijk kapjaar. N.B. de post-quem datering van eikencurves wordt aangevuld met een minimaal aantal te verwachten spintringen. Een terminus post-quem datering geldt ook voor hergebruikt hout.


4. Welke methoden en technieken worden ingezet voor dendrochronologisch onderzoek?


BAAC selecteert en meet een houtmonster nauwkeurig. De houtmonsters die geselecteerd zijn voor jaarringenonderzoek worden geprepareerd op het laboratorium van BAAC. Het jaarringenpatroon wordt nauwkeurig gemeten met behulp van een microscoop en een meettafel met een nauwkeurigheid van 0,01 mm. De ongedateerde meting wordt vergeleken met absoluut gedateerde referentiekalenders in de collectie.

5. Hoeveel monsters zijn er nodig?


Afhankelijk van uw vraagstelling wordt een onderzoeksstrategie bepaald. In acht nemend, dat de monstername (samplestrategie) van invloed kan zijn op de uitkomst van het absoluut daterend onderzoek naar hout, is het relevant de monstername goed te onderbouwen.

De ervaring leert dat de kans op succesvolle datering toeneemt naarmate er meer houtmonsters kunnen worden onderzocht. Het loont om meerdere monsters te selecteren per object (schip, huis, waterput, beschoeiing, ton etc.), maar de optimale monstername voor dateringsonderzoek vereist een afweging tussen de kwantiteit en de kwaliteit van de houtmonsters. De historische periode waartoe het te onderzoeken hout behoort en de beschikbaarheid van referentiekalenders zijn ook factoren die meewegen in de monstername.

Dergelijke afwegingen zijn complex en BAAC adviseert haar opdrachtgevers in het maken van keuzes. U kunt een vooronderzoek laten instellen naar het hout zodat – afhankelijk van uw vraagstelling – in overleg een selectie houtmonsters nader dendrochronologisch onderzocht kan worden.


6. Waarom resulteert niet elk dendrochronologisch onderzoek in een datering?


Het principe van dateringsonderzoek op basis van jaarringpatronen is een geteste methode, die veelvuldig wordt ingezet in bouwhistorisch, archeologisch en kunsthistorisch onderzoek. De sterk gelijkende overeenkomst tussen het jaarringenpatroon van een houtmonster met een absoluut gedateerde referentiekalender is bepalend voor het toekennen van een datering. Is een aantoonbare analogie tussen houtmonster en referentiekalender non-existent, dan is een gefundeerde datering uitgesloten.

Het ontbreken van een overeenkomst kan debet zijn aan onder meer de natuurlijke variabele die van invloed zijn op de diktegroei van een boom. Is er reden te veronderstellen dat een te geringe monstername oorzaak is, dan kan in overleg de selectiestrategie bijgesteld worden.