archeologiebouwhistorieCultuurhistoriearcheologisch onderzoekBAAC: Archeologie en Bouwhistorie

Archeologisch onderzoekstraject

Het archeologische onderzoekstraject ziet er gefaseerd uit. Er wordt begonnen met een inventariserend onderzoek waarna een besluit wordt genomen over eventueel vervolgonderzoek.

Inventariserend onderzoek

Binnen een inventariserend onderzoek kunnen drie fasen worden onderscheiden. Na elke fase beoordelen we of een vervolgonderzoek nodig is of dat het gebied wat ons betreft kan worden vrijgegeven. Wij brengen een advies uit en de bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.

  • Bureauonderzoek
    Om te beginnen wordt nagegaan of er een kans is dat in de bodem archeologische resten aanwezig zijn die bewaard moeten blijven.  Tijdens dit onderzoek worden geen boringen gezet en wordt niet gegraven. Aan de hand van kaarten en eerder uitgevoerde onderzoeken wordt gekeken naar het landschap en bekende archeologische vondsten. Ook wordt nagegaan in hoeverre bekend is of de bodem in het verleden al verstoord is. Op de pagina Bureauonderzoek wordt dit type onderzoek verder toegelicht.
  • Booronderzoek
    Als het bureauonderzoek daar aanleiding toe geeft, voeren we vervolgens een booronderzoek uit. Daarmee kunnen we bepalen of de bodem nog onverstoord is. Op de pagina Booronderzoek leest u er meer over. Heeft u haast of is de kans groot dat er archeologische resten in de bodem zitten? Dan kunt u ervoor kiezen om het booronderzoek over te slaan en meteen een proefsleuvenonderzoek uit te voeren.
  • Proefsleuvenonderzoek
    Blijkt uit het booronderzoek dat een vervolgonderzoek nodig is, dan voeren wij een proefsleuvenonderzoek uit. Dit onderzoek is ingrijpender dan de vorige twee: we leggen delen van een terrein open om te bepalen of er een vindplaats aanwezig is. Lees er meer over op de pagina Proefsleuvenonderzoek.

Wat gebeurt er na de archeologische inventarisatie?

Wanneer het terrein is geïnventariseerd, neemt de bevoegde overheid – gemeente, provincie of het Rijk – een besluit over wat er verder moet gebeuren. Dat doet zij in een zogeheten selectiebesluit. Er zijn drie mogelijkheden:

  • De bevoegde overheid geeft het gebied vrij. Dat kan wanneer er geen archeologische resten zijn die bewaard moeten blijven. Maar dat kan ook als er zwaarwegende argumenten zijn om het gebied vrij te geven, ondanks archeologische resten.
  • De overheid stelt vast dat de archeologische resten waardevol zijn en daarom in situ (‘ter plaatse’) bewaard moeten blijven. Dat houdt in dat het gebied niet verstoord mag worden en dat u uw plannen moet aanpassen.
  • De overheid besluit dat de archeologische resten moeten worden geborgen. Dat betekent dat de resten worden opgegraven of dat een archeologische begeleiding plaats vindt.

Vindt u het prettig een persoonlijke toelichting te krijgen, toegespitst op uw situatie of wilt u een vrijblijvende offerte aanvragen? Neem dan contact met ons op.