Oorlogssporen uit Mook

Militaria vind je in musea en op verzamelbeurzen, verhalen lees je in boeken en ooggetuigenverslagen en als je geluk hebt spreek je mensen die het hebben meegemaakt. Maar soms zit de geschiedenis in de grond.

"Canadese schoen, zonder noppen zodat tankbemanningen niet uitglijden op de beplating en met rubberen hak, zodat de sprong vanaf een tank gedempt wordt."

Tijdens archeologische opgravingen worden vaak voorwerpen uit de Tweede Wereldoorlog gevonden. Direct na de oorlog werd hier natuurlijk weinig aandacht aan besteedt maar nu de bevrijding al 60 jaar geleden is begint de archeologische interesse voor de oorlog serieus te worden.Toen het archeologische bedrijf BAAC in opdracht van de gemeente Mook in 2006 een terrein in Molenhoek opgroef vielen direct de afvalkuilen uit de winter van 1945 op.
De leidinggevende archeoloog, Sjaak Mooren, besloot dan ook de "recente" sporen en vondsten te documenteren. Hierdoor kwamen grote hoeveelheden oorlogsmateriaal geregistreerd aan het licht. Direct herkenbaar waren de Britse Light respirator gasmaskers en de blauwe emaille platte veldflessen. Schoenen, tandenborstels, gascapes, blanco pasta, spijkerbajonetten, eye-shields en de beruchte Corned Beef blikken maakten ook een engelse indruk. Toen er echter een complete tankbaret werd gevonden met het koperen insigne van de "Grey & Simcoe Foresters" werd duidelijk dat hier ook Canadezen geweest waren (Er zijn ook Canadese tandenborstels en rantsoenglazen "CANADA 1 oz" gevonden).

Vreemd genoeg is deze Canadese tankeenheid uit Ontario, bij Lake Simcoe, nooit ingezet aan het front in de tweede wereldoorlog. De eenheid, die diende als territoriale verdediging in Ontario en Nova Scotia vanaf de mobilisatie, werd in juni 1943 overgeplaatst naar Engeland. De Simcoe foresters werden in november 1943 opgeheven, en de tankbemanningen over alle fronten verdeeld als aanvullingen voor de verliezen en de op handen zijnde invasie. We veronderstellen dat hierbij het insigne is meegenomen naar de nieuwe eenheid. De datering van het gros van de kuilen werd verbeterd door het vinden van tijdschriftfragmenten die gedateerd waren. Een aflevering van de Readers Digest uit oktober 1944 gaf een goede indicatie van de periode waarin Mook ontvolkt tussen 2 fronten lag.

Bij de baret werden ook aluminium etensblikjes gevonden. Deze in Canada gefabriceerde aluminium messtins zijn veel beter bestand tegen roest als de toen gangbare vertinde blikken. Nog veel beter was het feit dat de eigenaar ze met slagletters gemerkt had ;"A 137 T M WOODFORD" was op beide blikken te lezen nadat ze door het restauratie-atelier Restaura waren schoongemaakt en geconserveerd.



We zijn toen een speurtocht begonnen naar de eigenaar van de baret en de messtins via de huidige Grey en Simcoe foresters en de Canadian Archives. Bij de Foresters stond geen Woodford op de presentielijsten. In september 2007 kwam het verlossende woord van de archieven uit Canada; de gezochte soldaat was gevonden, zijn naam: Thomas Munroe Woodford van de First Hussars. De First Hussars is een eenheid die op D-Day in Nomandie de kust wist te bereiken met D-D tanks en als een van de weinige tankeenheden het gestelde einddoel van die dag kon bezetten. Bij deze inzet zijn veel tanks gezonken en werden veel bemanningsleden getroffen door Duits vuur nog voordat ze bij het strand waren. De vrij roekeloze inzet van de wadende tanks heeft ontelbare Canadese infanteristen het leven gered ten koste van hoge verliezen bij de Hussars. Thomas heeft de oorlog overleefd en is na een lang leven in 2001 overleden. Zijn vrouw leeft nog en de familie heeft de volgende foto vrijgegeven waarop hij voor inscheping te zien is met zijn vrouw.

Nu de eenheid bekend was kon veel gerichter worden gezocht in de archieven en bij de First Hussars in London, Ontario. Hierdoor zijn de vondsten beter te begrijpen.
Het zal onmogelijk zijn om een eigenaar van de baret aan te wijzen, de Hussars kregen 70 man van de Foresters als aanvulling om op invasiesterkte te komen. Deze gingen meteen het verplichte huzareninsigne dragen, echter op een "onreglementaire wijze" door het insigne direct boven de zweetband te bevestigen in plaats van de voorgeschreven ¼ inch erboven. Hierdoor waren ze onderling duidelijk voor elkaar en anderen herkenbaar als voormalige Foresters. De oorlogsverslagen van de First Hussars beschrijven duidelijk de activiteiten van dag tot dag. De eenheid was van oktober 1944 tot eind januari 1945 gestationeerd in Molenhoek (inderdaad ook op het opgegraven terrein). Van hieruit werden kleine eskadrons uitgezonden voor verschillende taken, meestal indirecte beschietingen van doelen aan het front en erachter maar soms ook ondersteuning van infanterie bij aanvallen en verkenningen.

Het offensief van 8 februari 1945 brengt het front weer in beweging en de Hussars trekken verder Duitsland in.
Na de massale inzet van tanks bij de in de modder vastgelopen aanval op Goch en Wesel kwamen de Hussars nog 1 keer terug in Molenhoek waarna ze, na een korte rust van 2 dagen op 7 en 8 maart 1945, naar het Reichswald werden verplaatst om na de rijnoversteek via Duitsland de bevrijding van Nederland voort te zetten. Via Deventer en Apeldoorn werd uiteindelijk in Noord-Duitsland het Kusten Kanal bereikt. Na de capitulatie werd het zware materieel achtergelaten in Zutphen en werden de Hussars gerepatrieerd.
De vrouw en kinderen van soldaat Woodford waren blij verrast dat er nog tastbaar bewijs gevonden is van zijn tijd in Holland. Ze zouden graag de messtins willen hebben als aandenken aan het oorlogsverleden van hun man en vader. Thomas Woodford sprak na de oorlog niet veel over wat hij had meegemaakt behalve over dingen die niet met de gevechten te maken hadden. De oorlog had een onuitwisbare indruk op hem gemaakt. De provincie, die in principe eigenaar is van alle archeologische voorwerpen die bij een opgraving worden gevonden, wil ze echter nog niet vrijgeven. De archeologen hebben echter verzocht dit toch te doen omdat de blikjes privé bezit zijn van iemand die nog nabestaanden heeft en de emotionele waarde voor de nabestaanden groter is dan de waarde van de blikjes als archeologisch bewijsmateriaal.
Veel vondsten worden treffend verklaard door dagboekfragmenten. Een gevonden glazen SRD rumfles, 1 gallon, United Glass Bottles Leeds," de rumrantsoenen zijn aangekomen, en zullen vanaf nu regelmatig nageleverd worden, samen met de vitamine C pillen vormen ze een doeltreffend afweermiddel tegen verkoudheid en griep." En bij de vele parachute resten: "de omgeving ligt bezaaid met parachutes en gliders van de amerikaanse luchtlandingen.Dit materiaal wordt door ons hergebruikt. Zo zijn de meeste open voertuigen nu voorzien van een wintercabine van vliegtuigtriplex, met de zijramen van de gliders als ruit."
Historisch en archeologisch onderzoek valt hier dus samen en zo kan een basis ontstaan waarin vondsten uit de tweede wereldoorlog verklaard en geïnterpreteerd kunnen worden, ook als er geen historische vermelding bekend is. De kennis van deze periode wordt zo aangevuld. Speciaal hiervoor is een uitvoerige lijst van de vondsten is op de website van BAAC geplaatst.

Michiel van Willigen

Bijlagen vondsten Mook