Bouwhistorisch onderzoek De Roos en aanbouwen
In 2009 wordt begonnen met de aanleg van een spoortunnel onder molen De Roos in Delft en de aangebouwde woning en schuur. In twee artikelen besteedt Molens aandacht aan deze ingrijpende operatie. Dit gebeurt aan de hand van een bouwhistorisch – en bouwtechnisch onderzoek dat bij het complex is uitgevoerd door het gespecialiseerde onderzoeks- en adviesbureau BAAC in opdracht van Prorail, tevens opdrachtgever van de tunnelbouw, en De Hollandsche Molen, eigenaar van de molen. In dit nummer staat de bouwhistorie van de molen centraal. In Molens 94 wordt nader ingegaan op de bouwgeschiedenis van de woning en de aanbouwen.
Bouwhistorisch onderzoek in kader van tunnelaanleg wijst uit:
Broze De Roos blijkt uniek te zijn
Voorzichtigheid is geboden! De Roos is uniek en mag niet knakken door "ondergrondse" activiteiten. Dat is de belangrijkste boodschap van een bouwhistorisch onderzoek dat bij De Roos in Delft is verricht. De trotse maar tegelijkertijd zo kwetsbare ronde stenen stellingkorenmolenstaat heel wat te wachten de komende jaren, want in 2009 wordt begonnen met de aanleg van een spoortunnel onder de molen door. Het bouwhistorisch onderzoek, dat zich overigens ook uitstrekte over het rondom de molen gelegen woonhuis en de schuur, werd dan ook uitgevoerd als onderdeel van een haalbaarheidsonderzoek van dit ingrijpende tunnelproject.
Het bouwhistorisch onderzoek wijst uit dat het molencomplex "relatief gaaf bewaard is gebleven, zeldzaam is op lokaal en landelijk niveau en een sterk beeldbepalend belangrijk monumentaal onderdeel is van de Delftse historische bebouwing." Hieruit volgt volgens het rapport dat "activiteiten die het voortbestaan van het ensemble in gevaar brengen met de grootst mogelijke omzichtigheid" dienen te worden uitgevoerd.
Het onderzoek aan de molen is uitgevoerd door molendeskundige Paul Groen en bouwhistoricus Michel van Dam. De voorgenomen tunneloperatie vormde een prima aanleiding om het complex aan een grondig bouwhistorisch - en bouwtechnisch onderzoek te onderwerpen. Want er werd niet alleen gekeken naar wat de invloed van de tunnelaanleg voor de molen, die al geruime tijd funderingsproblemen kent, zou kunnen zijn. Ook hoopte De Hollandsche Molen inzicht te krijgen in de geheimen die de molen en zijn aanbouwen nog herbergen. Zoals de dateringen van de zeskante onderbouw en de ronde bovenbouw en welke bouwfasen de molen nu eigenlijk precies gekend heeft. Ook hoopte men te achterhalen wat de relatie van de molen tot het woonhuis, de stadsmuur en het voormalige bastion is.
Systematiek
Beide onderzoekers zijn systematisch te werk gegaan. In het rapport wordt de bouwhistorische geschiedenis van de molen in vijf bouwfasen verdeeld.
Fase 1 begint in 1540 en duurt tot 1675 en daarin staat de plek, een van de rondelen van de stadswal aan het noordwesten van de stad, waar De Roos nu staat, centraal. In die periode stond op die locatie standerdmolen De Gasthuijsmolen. Molen De Roos, eveneens een standerdmolen, stond destijds aan de zuidzijde van de stad. In 1679 kreeg de molenaar toestemming om zijn molen, die toen nog Het Rooske of Het Roosje, werd genoemd, te verplaatsen naar de plek van De Gasthuijsmolen, die even daarvoor was omgevallen.
Dit jaartal, 1679, markeert het begin van de tweede bouwfase (1679-1728).
Standerdmolen De Roos werd reeds bij de verplaatsing, die feitelijk waarschijnlijk in 1681 plaatsvond, namelijk omgebouwd tot wipstellingmolen met een zeskante stenen voet. Dit gebeurde, min of meer op verzoek van de omwonenden, omdat deze ongelukken vreesden voor personen door de ronddraaiende wieken. Er werd bepaald dat de molen "acht voeten (2 meter) ten volle van den aerde af! comen" zou. Met de bouw van de stelling op ca 3 meter hoogte werd ruimschoots aan dit verzoek voldaan.
De onderzoekers spreken het vermoeden uit, afgaande op enige ontdekte bij zonderheden aan het metse 1 werk van de huidige molen, dat enkele delen hiervan nog afkomstig kunnen zijn uit de periode vóór 1679 en dat wellicht zelfs nog de teerlingen van De Gasthuijsmolen zich onder de begane grond vloer bevinden.
Woonhuis
In 1728 begint de derde bouwfase die duurt tot 1760 en wordt aangeduid met "Verhoogde wipstellingmolen." In 1728 wordt een verzoek ingediend tot het bouwen van een woonhuis aan de zijkant en aan de achterzijde rondom de molen. De achtergevel van het woonhuis wordt opgetrokken op het muurwerk van het rondeel waarop de molen staat. De voorgevel staat gefundeerd op de stadsmuur zelf. Voor de bouw van het woonhuis diende de stelling te worden verhoogd en dit gebeurde met 6 meter, zodat de stelling rond 9 meter hoog werd. De molen groeide uiteraard mee, de stenen onderbouw telde nu immers drie verdiepingen.
De onderzoekers concluderen uit een overzicht van de verkoopprijzen van de molen dat De Roos in 1768 plotsklaps vier keer zoveel waard was geworden.
Volgens hen moet de molen in de periode ervoor drastisch zijn vernieuwd en verbeterd. Zij bepalen het begin van de vierde bouwfase rond 1760.
Deze visie wordt ondersteund door het gegeven dat ongeveer in dat jaar het houten gedeelte van de verhoogde wipmolen werd gesloopt en werd vervangen door een 13 meter hoog ronde stenen gedeelte.
Groen en Van Dam stellen onder meer vast dat het nieuwe stenen deel van de molen is gemetseld met een lichte taille. Ook constateren zij dat van de verwijderde houten bovenbouw geen balken zijn gebruikt. Zij koppelen hieraan het vermoeden dat de slechte staat van het bovenhuis een reden was om een stenen bovenbouw te maken. Verder deden de onderzoekers de opvallende ontdekking dat De Roos gedurende alle bouwfasen een gevlucht heeft gehad van 24,80 m. Bovendien bleek dat de koningspil van de bovenkruier goed in de wipmolen paste. Hieruit wordt afgeleid dat men kennelijk "tevreden over het gaande werk was en dat is dan ook in essentie tot de dag van vandaag gehandhaafd gebleven."
FunderingsprobLemen
Het zijn de verhogingen van 1728 en 1760 die een belangrijke oorzaak vormen van de funderingsproblemen, die later zullen optreden en waar de molen nog steeds mee te kampen heeft. De onderzoekers hebben uitgerekend dat deze ingrepen ervoor hebben gezorgd dat er maar liefst vier keer zoveel massa op de fundering is aangebracht. De molen zelf weegt nu 800 ton. Verder is gebleken dat de draagkracht van de klei-ondergrond zeer matig is. Vandaar ook de aanbeveling dat "gezien de enorme druk op de fundering het aanbrengen van een nieuwe fundering ten behoeve van de treintunnel zeer omzichtig dient te geschieden."
De vijfde en laatste fase die de onderzoekers hebben gehanteerd begint in 1929 en duurt tot heden. Er is voor het jaartal 1929 gekozen omdat in dat jaar, vermoedelijk veroorzaakt door het afgraven van de stadswal in verband met de aanleg van de trambaan, de molen plotseling ernstig verzakte. Er werden onmiddellijk maatregelen genomen om het omvallen van de molen te voorkomen. Zo werd de woning aan de noordzijde van de molen gesloopt en werden vijf grote heipalen aangebracht als stutten.
De situatie was ernstig. Teneinde verder scheefzakken te voorkomen werd een zogenaamde puttenfundering aangebracht (Hierbij werden twaalf betonnen putringen tot op drie meter diepte in de grond gebracht. Vervolgens werden de ringen uitgegraven en volgestort met beton). Bij deze ingreep werd ontdekt dat de molen is gefundeerd op staal.
Buiten bedrijf
In 1947 en 1961 werd de molen gerestaureerd. Na deze laatste restauratie werd De Roos buiten bedrijf gesteld.
Het duurde tot 1986 totdat de molen opnieuw, maar nu op grote schaal, onder handen werd genomen. Zo werden onder meer het complete wiekenkruis, het grootste deel van de staart en de kap met het grootste deel van het kruiwerk vervangen. Ook kreeg de molen een nieuw spoorwiel, een nieuw bovenwiel en een nieuwe stelling.
Bij deze restauratie werd ook het besluit genomen om de molen recht te zetten. Dit gebeurde op een onalledaagse manier, namelijk door halverwege de onderbouw van de bovenbouw los te maken en een wig in de muur te metselen.
Na deze omvangrijke restauratie die in 1992 werd afgerond wordt er tot op de dag van vandaag op vrijwillige basis met de molen gedraaid en gemalen.
Op de begane grond van de molen is een diervoederzaak gevestigd. Het oorspronkelijke woonhuis is deels in gebruik als kantoor, deels als woonhuis met keuken. De schuur doet dienst als magazijn.
Fragiel
In de samenvatting van de bouwtechnische situatie maken de onderzoekers zich, met het oog op de aanstaande tunnelbouw, veel zorgen om de knik tussen de onderbouwen de bovenbouw. Zij hebben geconstateerd dat het muurwerk scheuren vertoont waaraan bovendien is te zien dat het metselwerk aldaar "op trek" belast wordt.
Dat de situatie ernstig is blijkt uit de opmerking: "Zelfs de stalen balk onder de maalzolder wordt mee naar buiten getrokken." Zij bevelen met klem aan om deze locatie te versterken met een spanband of met muurankers.
Verder wijzen de onderzoekers op het gegeven dat het muurwerk van de onderbouw vermoedelijk fragieler is dan het zich van buiten laat aanzien. Dit komt door de diverse herstelwerkzaamheden die in de loop der eeuwen eraan zijn verricht.
Groen en Van Dam adviseren dan ook om goed rekening te houden met de "knik" en de fragiele staat van de onderbouw als de molen wordt opgetild en geplaatst op de tunnelbak van het spoortracé.
Met betrekking tot de fundering hebben de onderzoekers geconstateerd dat het huidige gewicht van de molen te veel is voor de ondergrond. De fundering is momenteel weliswaar "in rust", maar volgens de onderzoekers is de betekenis hiervan maar heel betrekkelijk. Zij spreken in dit geval namelijk van een "labiel evenwicht".
Voordat de tunnelbouwers aan de slag gaan adviseert het tweetal om eerst de fundering te stabiliseren, waarbij steunconstructies "in zeer kleine stappen" dienen te worden aangebracht.
Met de tunnelaanleg wordt in 2009 een nieuw hoofdstuk aan het toch al veelbewogen leven van De Roos toegevoegd. De Roos zal ongetwijfeld ook deze operatie overleven, maar het bouwhistorisch en bouwtechnisch onderzoek hebben ondubbelzinnig aangegeven dat dit alleen het geval zal zijn als de begeleiding bij de tunnelaanleg op "intensive care" - niveau ligt.
![]() |
Bouwfase 1: Standerdmolen De Gasthuijsmolen 1540 - 1675 |
![]() |
Bouwfase 2: Lage wipstellingmolen De Roos 1679 - 1728 |
![]() |
Bouwfase 3: Verhoogde wipstellingmolen De Roos 1728 - 1760 |
![]() |
Bouwfase 4: Ronde stenen stellingmolen De Roos 1760 - 1929 |
![]() |
Ronde stenen stellingmolen De Roos 1929 - heden |










