16-07-2010
Het stukje binnenstad tussen De Mortel en Beurdsestraat moet eind 2012 verzamelpunt van (Brabantse) historie worden als er de uitbreiding van het Noordbrabants Museum opent. Zover is het nog lang niet, maar op dit moment is er al genoeg geschiedenis op die plek te beleven.
De mannen in blauwe pakken van het bedrijf BAAC speuren al zeven maanden in het gebied naar archeologische voorwerpen. Volgens stadsarcheoloog Ronald van Genabeek zijn er al heel wat vondsten in kaart gebracht.
De archeologen hebben geluk met het vele afval dat op deze plek is gestort, grofweg tussen de veertiende en zestiende eeuw. Die eeuwenoude afvalberg levert een schat aan informatie op.
Zo blijkt dat de monniken van het voormalige Bogardenklooster in de zestiende eeuw in een afvalkuil voorwerpen als beeldjes, een plaquette van het Laatste Avondmaal en een tweetal destilleerhelmen hebben gedumpt. Dat aardewerk gebruikten de kloosterlingen vermoedelijk bij het maken van jenever, aldus Van Genabeek. "Bijzonder, want er is überhaupt nog maar weinig bekend over het destilleren door kloosterlingen."
Met afval bleek ook de oude rivierarm de Mortelgraaf van de Binnendieze gedempt, die tussen de huidige Verwersstraat en het Bossche Broek liep. Messen, schoenen en spelden werden er 'opgevist'.
De ontdekking van de rivierarm noemt Van Genabeek de grootste verrassing: "Het is vooral bijzonder dat die arm zo breed was: zo'n acht tot tien meer." De stadsarcheoloog is ook content met de vondst van twee vijftiende eeuwse bakken die vermoedelijk werden gebruikt door lakenvrevers in de stad.
De werkzaamhedem worden over uiterlijk twee weken afgerond, als de aannemer korte metten gaat maken met de historische fundamenten op het perceel. Van Genabeek zal er niet weemoedig om zijn, want het meeste 'afval' is inmiddels geborgen is de opslag van de gemeente aan de Bethaniestraat.
door Erwtenman

foto door Sandra Peerenboom