16-03-2010
In het Brabants Dagblad van maandag 11 januari 2010 staat een artikel over archeologie.
Met tachtig mensen is het Bossche onderzoeks- en adviesbureau BAAC voor bouwhistorie en archeologie een van de drie grote jongens in Nederland.
"Vroeger vonden archeologen aannemers en ontwikkelaars nog barbaren. Nu niet meer."
door Wim Hagemans
DEN BOSCH - Hoewel het vak toen nog niet eens bestond wist Rob Gruben (45) al op zijn achtste dat hij later bouwhistoricus wilde worden. Nu is hij directeur van het onderzoeks- en adviesbureau BAAC voor bouwhistorie (in gebouwen) én archeologie (onder de grond), met twee vestigingen, aan de Graaf van Solmsweg in Den Bosch en in Deventer.
BAAC is, met 80 mensen (60 fte's) één van de drie grote jongens op dit gebied in Nederland. Per 1 januari nam BAAC van Fontys Hogescholen in Tilburg ook nog Fontys Bilan over, met elf medewerkers en een jaaromzet van een miljoen euro. "Fontys heeft dit bedrijf met opgraafvergunning ooit opgericht als onderdeel van de geschiedenisopleiding. Het is de eerste overname binnen de archeologische wereld. Dat is goed voor onze naam."Met de naamsbekendheid lijkt het overigens al wel goed te zitten. BAAC werkt veel in opdracht van de gemeente Den Bosch, maar doet daarnaast onderzoek in heel Nederland. Ook in België zitten opdrachtgevers.
In 1984 begon de in Engelen opgegroeide Rob Gruben samen met Bosschenaar Ronald Glaudemans een bureautje voor bouwhistorisch onderzoek. In '98 werd het bedrijfje omgevormd tot Bouwhisrorie, Archeologie, Architectuurhistorie on Cultuurhistorie (BAAC).Met dank aan de Bossche stadsarcheoloog Hans Janssen. "Voor archeologisch onderzoek in heel Nederland konden we aanvankelijk gebruik maken van diens opgravingsbevoegdheid." BAAC startte met drie man, en breidde meteen uit met vijf onderzoekers. "Dat was een enorme gok, maar het ging goed." Terwijl Glaudemans zelf onderzoek wilde blijven doen - hij is inmiddels bouwhistoricus bij de gemeente Den Bosch - nam Gruben de leiding van het onderzoeksbedrijfje op zich. In 2002 sprong BAAC in het gat in de markt dat ontstond als gevolg van het internationale Verdrag van Malta. Bij verstoring van de ondergrond door bouwwerkzaamheden is voortaan voorafgaand archeologisch onderzoek verplicht. "Wij hadden daarin een vliegende start, omdat we al vier jaar operationeel waren."
In 2002 nam BAAC zo'n vijftig mensen in dienst. Daarna groeide het bedrijfgestaag. "De omzet is ieder jaar met 10 à 15 procent gestegen. Vroeger werkten we meestal voor overheden. Inmiddels zijn 40 procent van onze opdrachtgevers particuliere bedrijven."Houdt het weleens op? Voorlopig niet. "Zo graven negen mensen van ons nu zeveneneenhalve maand aan het Museumkwartier in Den Bosch. We komen mensen te kort." Volgens Gruben zal het zwaartepunt van het onderzoek in Nederland komende jaren verschuiven naar Noord-Brabant, Zeeland en Limburg. Daarmee wordt ook de Bossche vestiging van BAAC een stuk belangrijker dan die in Deventer, Gruben houdt rekening met opnieuw een sterke groei van zijn bedrijf als ook bouwhistorisch onderzoek wettelijk verplicht wordt voor bouwwerkzaamheden. "Maar ik denk dat voor ons 100 fte's wel het maximale is op de Nederlandse markt."

Gruben laat in het depot in de kelder bij BAAC enkele bijzondere vondsten zien van "zijn" archeologen. Kogels uit de Tachtigjarige Oorlog (Gennep), een bronzen beeldje van de god Mars (Helden), resten van een schaal uit omstreeks 700 voor Chrisrus (Maastricht). Met behulp van tape maken medewerkers van BAAC van de stukjes keramiek weer een geheel. Het depot ligt helemaal vol met spullen.
"In 2002 is volkomen onderschat wat er door de commerciële archeologie allemaal los zou komen. Alles blijft in principe twee jaar hier voor onderzoek, maar vaak langer, en gaat daarna naar een provinciaal depot."Gruben hoopt op snelle uitbreiding van het kantoor aan de Graaf van Solmsweg, dat van aannemer Barten wordt gehuurd. De plannen ervoor zijn in vergevorderd stadium.
bron: Brabants Dagblad maandag 11 januari 2010