Noordwijk aan Zee - Scheepshout, hergebruikt als bouwmateriaal
Inleiding
Scheepshout als bouwmateriaal voor huizen is een interessant gegeven. De visvangst was de levensader van kleine, en vaak arme, gemeenschappen aan de kust. Het is dan ook boeiend te ontdekken dat de sociaal economische historie van deze dorpen terug te vinden is in de bouwhistorie van de dorpen. Immers, delen van de schuiten, die zorgden voor het bestaansrecht en de groei van deze dorpen, werden na verloop van tijd onderdeel van het gebouwde dorp.


De Bomschuit
Dat scheepshout als bouwmateriaal voor huizen werd gebruikt in een vissersdorp zoals Noordwijk aan Zee, dat van circa 1300 tot 1929 over een eigen visservloot en enige scheepsmakerijen beschikte, ligt voor de hand. Het in Noordwijk grootste en langst gebruikte scheepstype, de bomschuit, bevatte een kleine vijftig ton aan kwalitatief hoogstaand hout, voornamelijk eiken. De traditie van het bouwen van bomschuiten werd doorgegeven van vader op zoon. Met uitzondering van enkele mallen voor de hoofdvormen vertrouwde men geheel op het timmermansoog. Pas in de jaren dertig van de vorige eeuw zijn er enkele bouwtekeningen gemaakt van een Scheveningse bom. Hoewel de bomschuit een algemeen gebruikte schuit was, had ieder dorp zijn eigen specifieke ontwerp. De bomschuit was een vrij plomp scheepstype (met een lengte-, breedteverhouding van 2:1) dat zo gevormd was dat het vanuit zee op het strand kon landen. Voor Noordwijk zeer bruikbaar omdat het geen zeehaven had. Het keer op keer kunnen `stranden` van de bomschuiten was dus praktisch, maar zorgde er ook voor dat een bomschuit een relatief korte levensduur kende, ongeveer 13 jaar. De bomschuiten werden regelmatig opgelapt om ze in de vaart te houden. Uiteindelijk, als een schuit "op" was werd alles wat er los en vast aan zat per opbod verkocht. Tuigages en netten werden hergebruikt, bruikbaar hout werd waarschijnlijk in nieuwe schuiten verwerkt. De onderdelen die voor scheepsbouw niet meer bruikbaar waren, bijvoorbeeld omdat er zich vele (nagel)gaten in bevonden zoals in de scheepshuid en de dekplaten, werden als erfafscheiding of brandhout verkocht. Op een aantal oude foto´s uit Noordwijk en Katwijk zijn dan ook schuttingen te zien die uit scheepshuid zijn opgetrokken.
Scheepshout als bouwmateriaal
Balken en masten die niet meer in nieuwe schuiten verwerkt konden worden, werden veelal als vloerbalken in huizen hergebruikt. Zo zijn in juli 1997 op de begane grond van een huis aan de Schoolstraat te Noordwijk enkele onderdelen van een bomschuit onder een vloer gevonden. De houten vloer was hierop bevestigd. Het door BAAC uitgevoerde dendrochronologisch onderzoek naar deze delen, dat in 2006 heeft plaatsgevonden, heeft helaas geen gegevens over de ouderdom of de herkomst van het hout opgeleverd. Eveneens in 1997 is er aan de Voorstraat in Noordwijk-Binnen (ongeveer één kilometer vanaf het strand) een kap gesloopt die uit scheepsonderdelen bestond. Een aardig detail is dat in de achttiende eeuw een scheepsbouwer het pand bewoonde.
Dat de kwaliteit van het scheepshout hoog was bleek bij de sloop van een ander pand in de Schoolstraat. De balklaag van dit pand bestonden uit delen van een mast. Na de sloop van dit pand werden deze andermaal hergebruikt. Nu werden ze vermaakt tot raamkozijnen.
Hout en onderdelen afkomstig van gestrande schepen en aangespoeld hout, wrakhout, werden in de woningbouw hergebruikt. Deze materialen werden door de strandvonder bij opbod verkocht. Nog in de jaren zeventig van de twintigste eeuw, een tijd met grote woningnood in Noordwijk, werd door een handig stel een woninkje uit gejut wrakhout opgetrokken. Voor dit gejutte hout wordt overigens ook de term `scheepshout` gebruikt.
Thans is er in Noordwijk één bestaande situatie bekend van scheepshout dat in een nog bestaand gebouw is verwerkt. Het betreft een laddertrap en plankenbrug over de dekbalken van een viertal dekbalkjukken op de zolder van de zeventiende-eeuwse kerk in Noordwijk aan Zee. Deze zijn in november 2006 door BAAC gedocumenteerd en worden hieronder beschreven.

De Kerk
De sobere renaissance kerk, in de volksmond "De Zeekapel" genoemd, bevindt in het westelijk deel van de Hoofdstraat te Noordwijk aan Zee. Rond 1645 werd er grond aangekocht voor het bouwen van een nieuwe kerk en een pastoriehuis waarna in 1647 de kerk werd gebouwd. De kerk staat parallel aan de straat op een rechthoekig grondvlak met aan de oost- en westzijde een 3/8e sluiting. Het dak is met gesmoorde Hollandse pannen gedekt en wordt centraal doorbroken door een houten klokkentorentje met een balustrade en een achthoekige lantaarn.
Kapconstructie
De grenenhouten kapconstructie bestaat uit een viertal dekbalkjukken. Bij de laatste restauratie, in de jaren negentig van de vorige eeuw, is een deel van de daksporen vervangen en zijn er enkele constructieve problemen verholpen. Voor het overgrote deel is de kap nog in originele staat.
Over de jukken ligt een brug die via een grenenhouten laddertrap is te bereiken. Op basis van stilistische kenmerken en de aanwezigheid van vlotmerken op de bomen die ook elders in de kap zijn aangetroffen, dateert de trap (en hoogstwaarschijnlijk ook de brug) uit de bouwtijd van de kapel. De brug bestaat uit drie eikenhouten delen. Over het tweede en derde juk ligt een vlieringvloer waar zich een laddertrap naar het klokkentorentje bevindt. De laddertrap die leidt naar het klokkentorentje valt op basis van dezelfde stilistische kenmerken ook in de bouwtijd te plaatsen, maar heeft geen sporen die kunnen duiden op scheepshout als bouwmateriaal.

De trap naar de brug
De laddertrap heeft zestien ingeschoven treden met een gemiddeld formaat van 5 x 13 cm Aan het voor de boom uitstekende deel zijn de treden afgeschuind, op die plaats zijn ze op de boom gespijkerd. De bomen hebben een doorsnede van circa 9 x 9 cm en de afstand tussen de bomen bedraagt ongeveer 40 cm De gemiddelde optrede is ongeveer 18 cm.
Het merendeel van de traptreden hebben gaten met een diameter van 3 en 6 cm Deze gaten houden verband met de constructie van de houten delen op het geraamte van het schip. Hier en daar bevinden zich nog houten nagels en gesmede spijkers waarmee de delen bevestigd zijn geweest.
Zoals blijkt uit de aanwezigheid van kleine, gesmede nagels en houtresten bevond zich aan de achterzijde van de trap een houten schot. Op de linkerboom is een recente handlijst gespijkerd, aan sporen op de boom valt op te maken dat er eerder handlijsten zijn vervangen. Tussen de elfde de twaalfde trede bevindt zich aan de buitenzijde van de rechterboom een merk dat ook op de windschoor bij spant ))) is aangebracht. Bij de linkerboom bevindt zich aan de buitenzijde, tussen de vijftiende en zestiende trede, een merk dat ook op één van de gordingen bij het eerste spant te vinden is. Dit, in combinatie met de nagenoeg vierkante bomen en de afgeschuinde treden, wat tot in de zeventiende eeuw kenmerkend is voor laddertrappen, maakt het aannemelijk dat de trap uit de bouwtijd van de kapel dateert.

De brug
Zoals gezegd is de brug opgebouwd uit drie eikenhouten delen de jukken zijn gelegd. De delen zijn ongeveer 6 cm dik, 40 cm breed en wisselend van lengte. Net als de treden van de laddertrap hebben de delen van de brug gaten met een diameter van ca. 3 en 6 centimeter, enkele houten nagels en gesmede spijkers.
Vanwege de breedte van de delen, de diameter van de houten nagels en omdat de delen niet geteerd zijn geweest, is het mogelijk dat hier sprake is van hergebruikte dekplaten. Over het type schuit waar het hout van afkomstig kan zijn geweest is het gissen. De breedte en lengte van de planken kunnen er op duiden dat het een forse schuit moet zijn geweest. Een bomschuit, een haringbuis of een pink (beide voorlopers van de bomschuit) zijn dan de meest voor de hand liggende scheepstypen.
Michel van Dam
Literatuur en afbeeldingen
- De bomschuit, een verdwenen scheepstype.
E.W. Petrejus 1954,
De Boer Maritiem ISBN 9022819736 (herziene druk 1977)
- Op zoek naar het verleden, de geschiedenis van Noordwijk.
Deel 2, Noordwijk als Vissersplaats (z.j.).
Deel 8, Noordwijk en zijn kerken (z.j. 1987?)
- De Blauwdotter, kwartaalblad van het Genootschap Oud Noordwijk
Nummer 101, 1996, pagina 11.
Nummer 105, 1997, artikel "Scheepspanten in de Voorstraat"
Nummer 111, 1999, artikel "Woningnood in Noordwijk"
Historische foto's:
Leidenarchief.nl





