Helmond - Het kasteel

De heerlijkheid Helmond komt in 1314 in het bezit van de familie Berthout uit de buurt van het Brabantse Lier. Naar hun bezittingen in Berlaer worden zij aangeduid met de naam Berlaer. Bij de heerlijkheid Helmond hoort een nu geheel verdwenen slot dat een eeuw tevoren nog bewoond werd door keizerin Maria van Brabant, eerst de weduwe van keizer Otto IV, later van graafWillem I van Holland.
Dit slot lag op enkele honderden meters afstand van het huidige kasteel, op een terrein dat bekend staat als tot Oude Huijs". De opgravingen in de zomer van 1981 hebben aangetoond dat dit oude huis grotendeels in hout was opgetrokken terwijl de talrijke vondsten wijzen op de bewoning door mensen die zich materieel het een en ander konden veroorloven. Het was door zijn grootte een voor Europa uitzonderlijke moerasburcht.

Verschillende bouwfases
In 1998-1999 is het kasteel onderworpen aan een bouwhistorisch onderzoek. Tot die tijd was vrijwel niets bekend over de bouwplannenvan het kasteel of over de voortgang van de werkzaamheden. In de archieven heeft men slechts het jaar 1402 teruggevonden als eindjaar van de bouw. Daarom heeft men in het verleden aangenomen dat het kasteel in één keer is gebouwd en dat die bouw in 1402 is afgerond. In het plaveisel van het binnenplein van het kasteel is dat jaar nog terug te vinden. Uit het bouwhistorisch onderzoek blijkt dat dit slechts het einde was van één van de bouwfases.

Eerste fase (1325-1350)
Kort na de verwerving van de heerlijkheid beginnen de Berlaers met de bouw van een nieuw stenen kasteel als onderdeel van de vestingwerken van de stad Helmond. Vermoedelijk is de bouw gestart tussen 1331 en 1335. In het eerste jaar sluit Lodewijk van Berlaer een lening af, die hij in het laatste jaar aflost. In de kwitantie van de aflossing staat dat het kasteel en andere goederen dienden als onderpand voor de lening. Dezejaren vallen in de periode die in het bouwhistorisch onderzoek, aan de hand van kenmerken van de oudste delen van het kasteel, naar voren zijn gekomen als waarschijnlijke start van de bouw.

Als bouwplaats voor het nieuwe kasteel kiezen de Berlaers voor een laag gelegen terrein aan de zuidwestkant van de stad. De drassige veengrond bemoeilijkt daar van nature de toegang tot het kasteel wat de veiligheid verhoogt. Een dubbel grachtensysteem, verkregen door omlegging van de rivier de Aa, maald het gebouw naar laatmiddeleeuwse opvattingen tot een zo goed als onneembare vesting. De Berlaers creeren met dit gebouw een strategisch punt ter verdediging van de noordoostelijke grens van het hertogdom.

Het Helmondse kasteel is een vrijwel volmaakt vierkante burcht van 35 x 35 meter met op de hoeken zware torens met een gemiddelde diameter van 8.20 meter.

Deze afmetingen vallen vrijwel samen met die van het Muiderslot (35 x 32 meter).
Op het grondplan worden verdedigingsmuren (weermuren) gebouwd met hoektorens, die aan de stadskant laag zijn, maar aan de te verdedigen zuidkant richting Peel veel hoger zijn. Aan de stadskant is de poortdoorgang. Binnen de muren staat slechts een zaalbouw tegen de zuidelijke weermuur, die door een muur in tweeën wordt gesplitst. Bij de bouw wordt al rekening gehouden met verdere uitbreiding.

Tweede en derde fase
Tussen 1375 en 1400 vinden verschillende bouwwerkzaamheden plaats. De bestaande zaalbouw wordt voorzien van een verdieping en doorgetrokken over de volledige breedte van de zuidelijke weermuur. Tegen de westelijke weermuur wordt een halve vleugel gebouwd met aanzet tot verdere uitbreiding. De twee zuidelijke torens worden opgehoogd en voorzien van een torenspits.
In 1402 start de derde fase: de bouw van een oostelijke vleugel over de helft van de lengte van de grondvorm met aanzet voor verdere uitbreiding. De noordelijke weermuur en de noordelijke torens worden opgehoogd.

Vierde bouwfase (ca. 1450)
In 1433 trouwt de erfdochter Catharina van Berlaer met Jan van Cortenbach.
Door dit huwelijk wordt een nieuwe familie eigenaar van de heerlijkheid Helmond en het kasteel. Rond 1450 bouwt de familie Cortenbach het kasteel verder uit. De oostelijke vleugel wordt doorgetrokken over de volledige lengte van de grondvorm. De noordoostelijke toren wordt verder verhoogd en voorzien van een torenspits.

Vijfde bouwfase (1500-1525)
Een nieuwe westvleugel wordt gebouwd over de volledige lengte van de grondvorm. Deze vleugel is iets breder dan de halve vleugel die in fase 2 is gebouwd. De noordwestelijke toren wordt opgehoogd en voorzien van een torenspits. Bij die toren komt tegen de noordelijke weermuur een traptoren.

Zesde bouwfase (1549)
In de nacht van 10 op 11 februari 1549 breekt brand uit in het kasteel. De brand vernielt de westelijke vleugel grotendeels. De andere vleugels zijn zwaar beschadigd. Hierna laat Joost van Cortenbach in de zuidelijke en oostelijke vleugel nieuwe vloeren, balklagen en kappen aanbrengen. In het middendeel van de zuidvleugel, de ridderzaal, realiseert hij een 13 meter hoge zaal met tongewelf. De westvleugellaat hij geheel vervangen door een nieuwe vleugel die een stuk breder is dan de oude. De verloren gegane torenspitsen aan de noordkant vervangt hij niet. Tegen de noordelijke weermuur komt een smalle poortgevel. Door aan de noordoostelijke kant ook een traptoren te bouwen, krijgt het vooraanzicht van het kasteel de kenmerkende symmetrie die we ook vandaag nog kunnen waarnemen.

Zevende bouwfase (1683-1700)
In 1654 laat de toenmalige heer Emond van Cortenbach nieuwe torenspitsen op de noordelijke torens zetten. Dit is een kleine verbouwing, die niet als een nieuwe bouwfase gezien kan worden. Ingrijpender zijn de verbouwingen tussen 1683 en 1700 door de familie Arberg. Deze familie krijgt de heerlijk- heid en het kasteel in bezit door het huwelijk van Albert Joseph van Arberg met de erfdoch- ter van Cortenbach Isabelle Félicité. De hoge ridderzaal in de zuidvleugel splitst hij in drie verdiepingen. In de diverse vleugels worden ramen vergroot en fraaie stucplafonds aangebracht. De zuidelijke vleugel krijgt een nieuwe barokke gevel. Uit deze tijd is ook het alliantiewapen op de schouw in de oostelijke zaal van de zuidvleugel. Dit wapen geeft de verbintenis weer tussen de families Cortenbach en Arberg. Ook de omgeving van het kasteel ondergaat veranderingen. Het kasteel heeft zijn verdedigende functie geheel verloren. Dat biedt de mogelijkheid voor de aanleg van grote tuinen met lanen en vijvers.

Achtste bouwfase (1920-1923)
In de achttiende eeuw woont de familie Arberg nauwelijks in het Helmondse kasteel. Zij verblijven vooral in de Zuidelijke Nederlanden. In 1781 verkoopt Nicolas Antoine graaf van Arberg de heerlijkheid en het kasteel aan de Utrechtse muntmeester Carel Frederik Wesselman. Het gebouw is flink verwaarloosd en Wesselman laat het grondig opknappen, maar bouwkundig verandert hij er weinig aan. Wel laat hij fraai stucwerk aanbrengen zoals in de torenkamer die grenst aan de meest westelijke zaal in de zuidvleugel op de bel-etage.
Zijn nazaten voeren aan het einde van de negentiende en begin van de twintigste eeuw nog enkele aanpassingen door in de vorm van een uitbouw aan zuidkant van de zuidelijke vleugel waarvan via een trap toegang mogelijk is tot de tuinen en een erker in de westelijke vleugel. De aanpassingen van de familie Wesselman worden niet aangemerkt als aparte bouwfase, omdat er bouwkundig nauwelijks iets verandert. Nadat de familie Wesselman het kasteel verkoopt aan de gemeente Helmond worden de laatste aanpassingen tussen 1921 en 1923 weer verwijderd.
Daarmee komen we aan bouwfase 8.

Deze bouwfase is de meest ingrijpende die het kasteel ooit heeft gekend. Grote veranderingen zijn nodig om het gebouw geschikt te maken als raadhuis en gemeentekantoor. Twee belangrijke zaken worden veranderd. De eerste verandering wordt geheel aan het binnenplein gerealiseerd. Voor de oostelijke vleugel wordt een nieuwe muur opgetrokken. Tussen de oude en de nieuwe buitenmuur loopt een gang zodat ruimtes afzonderlijk toegankelijk worden en het niet meer nodig is om via allerlei andere zalen een bepaalde ruimte te bereiken. De vijftiende-eeuwse buitenmuur wordt daardoor een binnenmuur. De zeventiende-eeuwse barokke gevel van de zuidvleugel wordt verwijderd en voor de vleugel komt een nieuwe buitengevel met trap met daarachter een gang. Voor het eerst in al die eeuwen komt een bezoeker niet meer rechtstreeks vanaf het binnenplein in de ridderzaal. De tweede grote verandering is dat in binnen- en buitengevels nieuwe grotere ramen worden aangebracht, waardoor vooral het exterieur van het kasteel zijn gesloten karakter verliest. De restauratie kenmerkt zich door de zogenaamde Amsterdamse stijlinvloeden die restauratiearchitect J.W. Hanrath aanbrengt. Toch zijn het silhouet en de buitenlijnen van de plattegrond bij al deze verbouwingen nauwelijks gewijzigd. Het kasteel is daardoor een goed behouden voorbeeld van middeleeuwse architectuur.

Kasteel als stadhuis
Op 5 april 1923 wordt het kasteel als raadhuis officieel geopend. De oude ridderzaal is vanaf dat moment raadzaal. Getrouwd wordt er in de twee zalen aan weerskanten van de raadzaal. Burgemeester en wethouders, maar ook de secretarieafdelingen hebben hun werkplekken in de overige ruimtes. In de kelders is een bescheiden historisch museum ingericht. Ook zijn er de archieven van de gemeente ondergebracht.

Andere functie
In 1980 verhuizen de secretarieafdelingen van de gemeente naar een nieuw stadskantoor. Het archief wordt elders ondergebracht. Het kasteel blijft nog wel fungeren als raadhuis. De al bestaande museumfunctie van het gebouw wordt na de verhuizing flink uitgebreid. Daarvoor ondergaat het kasteel in 1981-1982 opnieuw een gedaantewisseling, maar die tast het uiterlijk van het kasteel niet aan. Na de verbouwing wordt het kasteel op 2 juli 1982 weer in gebruik genomen. Helmond heeft vanaf dat moment een prachtig gemeentemuseum, dat gespecialiseerd is in verschillende thema's. Naast de ruimtes in het kasteel beschikt het museum sinds juni 2001 over een schitterende expositieruimte in de Boscotondohal.

Met het gereedkomen van Boscotondo in 2001 is ook de raadhuisfunctie van het kasteel vervallen. In het bestuurscentrum in Boscotondo heeft de gemeenteraad sindsdien de beschikking over een raadzaal met alle moderne voorzieningen. Ook de vergaderruimten van de commissies en de fractiekamers zijn in het nieuwe bestuurscentrum ondergebracht. Het kasteel heeft wel zijn representatieve functie gehouden bij ontvangsten en bij huwelijkssluitingen.

Rob Gruben