Kerk-Avezaath - Boerderij de Stenen Kamer

De oudste kern van de Stenen Kamer werd gevormd door het sterk verminkte woongedeelte van een hallehuis-boerderij uit omstreeks 1571. Delen van het ankerbalkgebint, de zoldering, de voorgevel en de brandmuur waren tot aan de sloop in 1998 nog bewaard gebleven.

In de eerste helft van de zeventiende eeuw bleek de oude boerderij een sterke helling in westelijke richting te vertonen. Besloten werd het bovenste deel van de voorgevel af te toppen en in min of meer verticale lijn weer op te metselen. Het gehandhaafde onderste deel werd voorzien van twee steunberen. Inwendig waren door de helling de kinderbinten van het eerste balkvak los geraakt van de ankerbalk. Tegen de ankerbalk werden daarom twee dikke latten gespijkerd die vanaf dat moment dienst gingen doen als oplegging voor de kinderbinten. Brandmuur en achterliggend bedrijfsgedeelte bleven onveranderd bestaan. Overigens weten we niet hoe groot het bedrijfsgedeelte is geweest. Ook over de andere ruimten die in het gebouw aanwezig waren, zijn we slecht geïnformeerd. Vermoedelijk was de hoge middenbeuk van het woongedeelte aanvankelijk één ongedeelde ruimte. Hierin was de woonkeuken gesitueerd. Of er in de oudste fase scheidingswanden met de beide zijbeuken bestonden is onbekend, maar voor wat betreft de noordelijke zijbeuk wel waarschijnlijk. De zuidelijke zijbeuk heeft hoogstwaarschijnlijk aanvankelijk één geheel gevormd met de middenbeuk. In ieder geval vanaf de eerste helft van de achttiende eeuw zijn de beide zijbeuken definitief gescheiden van de hoge middenbeuk. In de zijbeuken zullen bijkeuken en slaapruimten (bedsteden) ondergebracht zijn geweest. Ook zal in één van de zijbeuken de trap naar de zolder omhoog hebben geleid.

In het begin van de achttiende eeuw vond een ingrijpende verbouwing plaats. Op de noordoosthoek van het woongedeelte werd een enigszins verdiept liggende kelder aangelegd, die zal hebben dienst gedaan als zuivelopslag. Als gevolg hiervan werd de lage noordgevel grotendeels vernieuwd. De noordelijke zijbeuk van het woongedeelte omvatte vanaf die tijd twee afzonderlijke ruimten: de kelder en de spoelkeuken. Boven de kelder was er een opkamer. Ook de zuidelijke zijbeuk onderging een belangrijke structuurverandering. Tussen de middenbeuk en de zijbeuk werd een muur gemetseld, waarin twee doorgangen waren opgenomen. De aanwezigheid hiervan suggereert dat net als de noordelijke zijbeuk, de zuidelijke zijbeuk onderverdeeld is geweest in twee ruimten, die ieder via een doorgang in verbinding stonden met de woonkeuken. In dezelfde periode werd in de middenbeuk het vloerniveau aanzienlijk verhoogd. Hierdoor moest in de woonkeuken de schouw worden aangepast. De vermoedelijk houten of vakwerk rookvang werd vervangen door een halfsteens rookvang van IJsselsteen.

In het tweede kwart van de negentiende eeuw verkreeg de boerderij uiterlijk en omvang zoals die in 1998 waren. Kort voor 1830 werd het volledige bedrijfsgedeelte gesloopt. De brandmuur deed vanaf toen dienst als buitengevel. Ook de zuidelijke zijbeuk werd gesloopt. Hierdoor was de woonruimte aanzienlijk gereduceerd. Daar stond echter tegenover dat de zuidgevel nu een grotere hoogte had, waarin men vensters kon aanbrengen. Gelijktijdig werd het metselwerk van de noordelijke en oostelijke buitenmuur opgehoogd, waardoor rondom een rechthoekig gebouw met muren van gelijke hoogte ontstond. Er werd een nieuwe kap aangebracht, waarvan de nok haaks stond op de kap van het oude hallehuis. Vanaf deze tijd werden de gevels rondom van een witte pleisterlaag voorzien. Inwendig werd achter de voordeur een gang gecreëerd. De woonkamer werd voorzien van een nieuw venster met vast middenkalf. Links van de gang werd de oude geut ingericht tot keuken.
In de tweede helft van de negentiende eeuw werden enkele kleine wijzigingen doorgevoerd: de voordeur werd vervangen; de woonkamer werd voorzien van een nieuw 12-ruits schuifvenster met binnenluiken en tegen de zuidmuur van de woonkamer werd over de volle breedte een wand met twee bedsteden waartussen een servieskast gebouwd. Ook werd de grote schouw met rookvang gesloopt en vervangen door een kleinere stookplaats met nieuwe schoorsteen.

Kort na de Tweede Wereldoorlog werd de zuidgevel over de volle lengte voorzien van een klampmuur. Omstreeks 1958 werd de gehele woonkamer voorzien van hardboard voorzetwanden en dito verlaagd plafond. In 1974/75 werd een grote verbouwing doorgevoerd. De meest ingrijpende activiteit was het uitbreken van de kelder/opkamer en het verwijderen van de noordelijke stijl van het zestiende-eeuwse gebint. Tevens werd gedurende deze verbouwing tegen de oostgevel een ruime aanbouw gerealiseerd. Deze bood plaats aan een tweetal moderne slaapkamers. De trap werd verplaatst naar de voorzijde van het huis, direct achter de voordeur. Na verwijdering van de kelder/opkamer en trap werden op die plaats een bijkeuken en een douche/toilet gebouwd. In 1986 tenslotte werden de restanten van de negentiende-eeuwse kap geheel gesloopt en werd een compleet nieuw dak op de woning gelegd. Daarbij werden tevens op de kopse zijden twee dakkapellen aangebracht.
Rob Gruben





