Kwadendamme - Boerderij Groenewegje 3

Het betreft hier een typisch Zeeuwse boerderij met een aan elkaar gebouwd bakstenen woongedeelte en houten bedrijfsgedeelte.

Het bakstenen woonhuis is door middel van muurankers gedateerd in 1743, maar bezit nog een kelder en fragmenten van opgaand muurwerk uit de zestiende of zeventiende eeuw. Het woonhuis was oorspronkelijk toegankelijk via een deur in één van de lange zijgevels. Deze is thans buiten gebruik gesteld. Het woonhuis was door middel van een wand in lengterichting opgedeeld in twee beuken. Via de al genoemde deur kwam men binnen in de keuken, die overigens in de negentiende eeuw is vergroot ten koste van de woonkamer. In dezelfde beuk was naast de keuken een onderkelderde opkamer gelegen. In de tweede beuk van het woongedeelte waren de woonkamer en de zogenaamde "pronkkamer" gesitueerd. Laatsgenoemde ruimte was onverwarmd en werd alleen in de zomer benut. In de woonkamer bevinden zich - achter het behang - fraai beschilderde tegels tegen de muren (zeventiende en achttiende eeuw).
Ook zijn er nog de restanten van een bedstedenwand. Mogelijk was voorheen in deze ruimte tevens de keuken gesitueerd, want het is de enige ruimte met stookplaats. De zolder van het woongedeelte was aanvankelijk bestemd voor opslag van (on)gedorst graan. Daartoe waren er ooit drie met planken afgeschoten vakken aangebracht. Restanten daarvan zijn nu nog te herkennen. Later - toen de bedsteden op de begane grond buiten gebruik werden gesteld - is de zolder verbouwd tot slaapruimte. De tweede zolder diende tot (appel)opslag.

Het aan het woonhuis vastgebouwde bedrijfsgedeelte is geheel in hout opgetrokken. Het bezit een constructie van een aantal achter elkaar geplaatste dekbalkgebinten. De gebinten zijn voorzien van telmerken, doch deze bezitten een niet geheel logische volgorde. Het bedrijfsgedeelte is jonger dan het woonhuis. Vermoedelijk dateert het uit het einde van de achttiende eeuw. Van de oudste - bij het woonhuis behorende - schuur zijn alleen de daklijn en het vloerniveau als bouwspoor in de bakstenen kopgevel van het woonhuis teruggevonden. Omstreeks 1830 heeft de schuur nogmaals een ingrijpende verbouwing ondergaan, waarbij de huidige indeling en de brede noordbeuk tot stand zijn gekomen. Deze indeling is nog zeer compleet en oorspronkelijk. Van belang zijn vooral de paardenstal met ruif en haverkist. De koestal bevindt zich in de brede noordbeuk en is reeds modern. De schuur bezit aan één kant een hogere wand, welke het mogelijk maakte om met de volgeladen hooiwagens de schuur binnen te rijden. Vaak zien we dat deze hogere zijwand het resultaat is van een latere verbouwing, doch bij Groenewegje 3 is deze hoge "wagenwand" bij de herbouw van de schuur op het einde van de achttiende eeuw direct tot stand gekomen. Aan beide zijden van de dorsvloer was aanvankelijk vermoedelijk een tasruimte aanwezig. De oostelijke tas is later tot varkensstal verbouwd en doet thans dienst als werkruimte. Het westelijke gebintvak is wel altijd als tasruimte in gebruik gebleven. De verschillende deuren in de zwart geteerde planken zijwanden van de schuur worden - typisch voor de provincie Zeeland - benadrukt met witte omrandingen. Er zijn nog enkele oorspronkelijke raampjes in de zuidelijke schuurwand aanwezig.

Op het erf is verder nog een oude (waarschijnlijk vroeg negentiende-eeuwse) bakkeet aanwezig, terwijl er ook een modern (jaren dertig) varkenskot is. Een tweede (losstaande) schuur was in gebruik als wagenhuis en heeft enkele jaren geleden plaats moeten maken voor een moderne loods.

Rob Gruben