Cultuurhistorisch onderzoek

Wat is cultuurhistorisch onderzoek?
Wanneer men over cultuurhistorie spreekt, blijkt vaak dat er veel onduidelijkheden bestaan over wat hieronder valt. Cultuurhistorisch onderzoek omvat in principe drie vakgebieden; archeologie, bouwhistorie en historische geografie. Archeologie houdt zich voornamelijk bezig met het bodemarchief, waartoe zowel losse vondsten als grondsporen behoren. Tevens bestudeert de archeologie enkele bovengrondse verschijnselen, zoals grafheuvels, hunebedden, schansen, dijken, landweren en dergelijke. Bouwhistorie betreft de studie van de bebouwde omgeving, zoals kerken, kastelen, bruggen, sluizen, maar ook tuinen en landgoederen. Historische geografie houdt zich bezig met de sporen die menselijke activiteiten in het landschap hebben achterlaten. Hieronder vallen niet alleen elementen en patronen zoals (water)wegen, dijken, verkavelingspatronen, nederzettingsstructuren, heggen, houtwallen en poelen, maar ook het (historisch) bodemgebruik (akkers, heidevelden en dergelijke).

Tijdens een cultuurhistorisch onderzoek wordt dus onderzocht hoe de mens het natuurlijk landschap aangepast en bewerkt heeft. Welke cultuurhistorische elementen zijn waardevol en dienen behouden te blijven? Wat is de relatie tussen de verschillende cultuurhistorische elementen?