Architectuurhistorisch onderzoek

Het architectuurhistorisch onderzoek van vooral negentiende- en twintigste-eeuwse gebouwen kan interessante aanknopingspunten bieden voor ontwikkeling. Het onderzoek bestaat van oudsher uit het raadplegen van literatuur, het opvragen van tekeningen, documentatie en correspondentie in archieven én een verkenning ter plaatse. Dit onderzoek resulteert in een analyse van sociale en maatschappelijke ideeën van de architect en de wijze waarop regelgeving en politiek invloed hadden op de intenties (het ontwerp van de architect is al aangetast vóórdat de eerste steen wordt gelegd. Hierdoor is het veel gebruikte begrip verstoring niet juist, ook niet voor latere aanpassingen). De beperking van dit onderzoek is dat het vaak te veel is toegespitst op de oorspronkelijkheid van het concept. Dit wordt in het architectuurhostorische onderzoek verder ondervangen door niet alleen naar het ontstaan van het object te kijken, maar ook naar het bestaan. Dat is de manier waarop het gebouw aan nieuw geschepte voorwaarden voor de (nieuwe) gebruikers is aangepast. Dit resulteert in een analyse waarin het object niet autonoom wordt beschouwd, maar waarin het geplaast wordt binnen de sociale en stedenbouwkundige ontwikkelingen van toen én nu.