Regelgeving van Ministerie OCW/Rijksdienst
In het nieuwe stelsel, na wijziging van de Monumentenwet 1988, krijgen gemeenten een belangrijke rol bij het behoud en het beheer van het ondergrondse cultureel erfgoed. Gemeenten moeten namelijk bij bodemingrepen van enige omvang verplicht rekening houden met en inzicht verschaffen in de bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische resten. Bij ontgrondingen en gemeente overschrijdende projecten is de Provincie het bevoegd gezag. Als het gaat om beschermde monumenten dan is de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) de bevoegde overheid.
In de praktijk worden veel archeologische onderzoeken uitgevoerd bij de toetsing van vergunningsaanvragen in het kader van de Woningwet of de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Voorbeelden van aanvragen waarbij een archeologische toetsing noodzakelijk is, zijn:
- Projectbesluit Nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Sloopvergunning
- Aanlegvergunning
- Bouwvergunning
- Ontgrondingsvergunning
- Aan- en/of verkoop
De kwaliteitsborging van archeologische onderzoeken is geregeld door middel van een vergunningverlening aan archeologische bedrijven. Archeologisch onderzoek dient daarnaast uitgevoerd te worden volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. De toetsing hiervan ligt bij de Erfgoedinspectie.





